Lospiste voor tankwagens: VLAREM II-richtlijnen en vereisten
Een lospiste, ook wel vul- en loszone genoemd, is een vloeistofdichte zone waar tankwagens veilig chemicaliën kunnen lossen in opslagtank of afvalvloeistoffen kan ophalen. Ze voorkomt dat gemorste vloeistoffen in de bodem, het grondwater of riolering terechtkomen.
Volgens VLAREM II, artikel 5.17.4.1.16, moet bij het vullen van vaste opslagtanks vanuit een tankwagen een vloeistofdichte zone van minimaal 8 m² worden voorzien onder de pompen en aansluitingen van de tankwagen. Daarnaast gelden specifieke eisen voor de draagkracht, chemische bestendigheid en opvang van lekkages.
CGK helpt bedrijven bij het ontwerpen en realiseren van een veilige lospiste, afgestemd op de opgeslagen chemicaliën, de inrichting van de site en de geldende regelgeving.
Ontvang uitgebreide informatie
Hoe groot moet een lospiste zijn volgens VLAREM II?
Een lospiste moet minimaal 8 m² vloeistofdichte oppervlakte hebben. Een afmeting van 4 × 2 meter is een gebruikelijke uitvoering.
De zone moet zich onder de pompen en aansluitingen van de tankwagen bevinden en duidelijk en permanent gemarkeerd zijn, tenzij de volledige standplaats vloeistofdicht is.
De tankwagen moet tijdens het lossen op het eigen bedrijfsterrein staan, niet op de openbare weg. Wanneer de tankwagen zelf wordt gevuld, moet de volledige standplaats vloeistofdicht zijn.
- Afwijkende, gelijkwaardige voorzieningen kunnen onder bepaalde voorwaarden via de omgevingsvergunning worden toegestaan.
Aan welke voorwaarden moet een lospiste voldoen?
Een veilige lospiste moet aan verschillende technische eisen voldoen:
| Voorwaarde | Vereisten |
|---|---|
| Vaste inrichting | Een vaste vloeistofdichte zone onder de pompen en aansluitingen van de tankwagen. |
| Minimale oppervlakte | Minimaal 8 m², bijvoorbeeld 4 × 2 meter, bij het vullen van een vaste opslagtank vanuit een tankwagen. |
| Draagkracht | Voldoende draagkrachtig voor de belasting door de tankwagen. |
| Vloeistofdichtheid | Voorkomt dat gemorste chemicaliën in de bodem terechtkomen. |
| Chemische bestendigheid | Bestand tegen de vloeistoffen die worden geladen of gelost. |
| Lekopvang | Hellingen of opstaande randen leiden gemorste vloeistoffen naar een geschikt opvangsysteem. |
| Markering | De vloeistofdichte zone moet duidelijk en permanent gemarkeerd zijn, tenzij de volledige standplaats vloeistofdicht is. |
| Brandbestendigheid | Bijkomende eisen bij het verladen van gevaarlijke vloeistoffen van groep 1 en 2, rekening houdend met de toepasselijke overgangsbepalingen. |
| Afwatering | Ongecontroleerde afvoer van chemicaliën naar riolering, bodem of oppervlaktewater moet worden voorkomen. |
Deze voorwaarden zijn gebaseerd op VLAREM II, artikel 5.17.4.1.16, en de wijzigingen die sinds 1 januari 2025 gelden.
Kan een mobiele lekbak een vaste lospiste vervangen?
In bepaalde situaties kunnen mobiele lekbakken, vloeistofdammen of andere alternatieve opvangvoorzieningen worden gebruikt. VLAREM II laat toe om via de omgevingsvergunning gelijkwaardige maatregelen toe te staan, bijvoorbeeld bij occasionele verladingen. Een locatiespecifieke risicoanalyse moet aantonen dat de alternatieve oplossing voldoende bescherming biedt tegen bodem- en waterverontreiniging.
Kan één lospiste gebruikt worden voor meerdere opslagtanks?
Ja, één centrale lospiste kan volstaan voor meerdere opslagtanks, zelfs voor een combinatie van zuren en basen.
De vulpunten moeten veilig bereikbaar zijn en er moet rekening worden gehouden met de chemische eigenschappen van de verschillende vloeistoffen. Vooral bij stoffen die gevaarlijk met elkaar kunnen reageren, moet vermenging van lekkages worden voorkomen.
Een centrale lospiste kan de benodigde infrastructuur beperken en zorgt voor een overzichtelijke en veilige loszone.
Hoe worden lekkages en regenwater opgevangen?
Een lospiste moet voorkomen dat gemorste chemicaliën zich verspreiden. Via opstaande randen of een hellende vloer worden lekkages naar een geschikt opvangsysteem geleid.
De vereiste opvangcapaciteit hangt af van de risicoanalyse en de eigenschappen van de chemicaliën. CGK adviseert om minstens het volume van de vulslang tussen de tankwagen en de vulaansluiting te kunnen opvangen. Afhankelijk van de risico's kan een grotere opvangcapaciteit noodzakelijk zijn.
Bij een lospiste in open lucht moet ook rekening worden gehouden met regenwater. Om ongecontroleerde lozing naar de riolering te vermijden, kan CGK een manuele of automatische afsluiter voorzien die tijdens het lossen gesloten blijft.
Opgevangen vloeistoffen kunnen, afhankelijk van hun samenstelling en de geldende lozingsvoorwaarden, via een geschikte eigen waterzuivering worden verwerkt of door een erkende afvalinzamelaar worden afgevoerd.
Lospiste op maat laten ontwerpen door CGK
CGK ontwerpt en realiseert lospistes en veilige vul- en loszones op maat. Daarbij houden we rekening met de beschikbare ruimte, de opgeslagen chemicaliën, de positie van de tankwagen, de vulpunten en de opvang van eventuele lekkages.
Ook de aansluiting op bestaande riolering, waterzuivering en tankinstallaties kan worden geïntegreerd.
Vraag advies over jouw lospiste
Een nieuwe lospiste nodig of een bestaande installatie aanpassen aan VLAREM II? CGK helpt je bij het uitwerken van een veilige en geschikte oplossing.
Laat je gegevens achter en krijg alle informatie die je nodig hebt.
Wetgeving: VLAREM II, artikel 5.17.4.1.16 en bijlage 5.17.7.
Laatst inhoudelijk bijgewerkt: oktober 2026.
Veelgestelde vragen: Lospiste voor tankwagens: VLAREM II-richtlijnen en vereisten
Bij het vullen van vaste opslagtanks met gevaarlijke vloeistoffen vanuit een tankwagen is volgens de toepasselijke VLAREM II-voorschriften een vaste vloeistofdichte zone van minimaal 8 m² vereist.
Niet altijd. Bij het vullen van een vaste opslagtank volstaat volgens de standaardregel een vloeistofdichte zone van minimaal 8 m² onder de pompen en aansluitingen. Wordt de tankwagen zelf gevuld, dan moet de volledige standplaats vloeistofdicht zijn.
Ja, op voorwaarde dat de lospiste chemisch bestendig is en dat de inrichting voorkomt dat onverenigbare stoffen bij lekkages met elkaar kunnen reageren.
Er bestaat geen algemeen vast opvangvolume voor iedere lospiste. De benodigde capaciteit hangt af van de risico's en de toepasselijke voorschriften. CGK adviseert om minstens het volume van de vulslang op te kunnen vangen.
Dat kan alleen wanneer aan de toepasselijke lozingsvoorwaarden is voldaan. Met een afsluiter kan worden voorkomen dat gemorste chemicaliën tijdens het lossen in de riolering terechtkomen.